Het Voorval

Op de allereerste dag dat we aan het lopen waren kwamen we ver over de helft van de wandeling erachter dat mijn trui weg was. Ik had deze bovenop mijn backpack onder de flap.

Wanneer mijn trui eronder uit was gevallen wisten we niet, maar we hadden wel een vermoeden. Iets ervoor was ik in het pad in een gat gestapt (het pad was niet heel erg goed; het bestond uit stenen en zompige grond) en onderuit gegaan. Ik ben teruggerend naar dat punt maar zag nergens mijn felrode jas. Omdat ik geen idee had waar mijn trui dan was ben ik maar teruggaan naar waar we waren en gaf ik mijn jas als verloren op.

Onze Helden

En op dat moment, dat ik mijn trui als verloren beschouwde en nadat ik mijzelf meerdere malen mentaal en 1 keer heel zachtjes fysiek voor de kop had geslagen, zag ik in de verte twee andere wandelaars. En aan de tas van de voorste figuur hing een felrode jas. Ik herkende de jas meteen aan de grijze, bijna fluweelachtige, glans die de binnenkant had.

Ze bleken Nederlands te zijn en Ray (spreek uit als Raï) en Jantien te heten.

En verder

De volgende dag kwamen ze weer tegen en hebben we gezamelijk naar Anascaul gelopen. Daar zouden wij in een camping bij een hostel slapen, maar een Duitse groep had het hostel gereserveerd. We konden er niet slapen en zijn maar terug gelopen naar Anascaul. We sliepen uiteindelijk in dezelfde B&B alswaar Onze Helden ook sliepen.

Op de derde dag zijn we naar Dingle gelopen. 's Avonds wilden we wat gaan drinken in dit super-toeristische dorpje en wie kwamen we tegen... Juist: Ray en Jantien. Het werd heel gezellig en als de pub niet om middernacht dicht ging had het best later kunnen worden.